Publicatie datum
10 juli 2024
Leestijd
5 minuten

BOETSEER JOUW PERFECTE BAAN

Steeds meer mensen vinden het prettig als zij in hun werk aangesproken worden op sterktes en drijfveren. Talenten (her)kennen is stap één, de vertaalslag maken naar het toepassen in je werk is de essentiële tweede stap. Want dát leidt tot betere prestaties en ontwikkeling. Volgens Wrzesniewski & Dutton, de grondleggers van jobcrafting, draait het niet om wat werk motiverend maakt, maar om hoe je mensen kunt ondersteunen en hun de ruimte kunt geven om hun eigen werk motiverend(er) te maken. En dat is absoluut geen eenmalig dingetje, maar juist een doorlopend proces. Je hoeft dus niet in één keer je droombaan te creëren, je moet wél constant in de lead zijn én invloed op je functie uitoefenen.

Kleine veranderingen kunnen een wereld van verschil maken. Niet alleen op je werk, maar ook thuis. Frank Hielckert is Health manager bij NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden en weet als geen ander hoe dat zit. “Je bent op je werk geen ander persoon dan thuis. Als het daar niet goed gaat, dan heb je er in je privé-situatie ook last van. Aan de andere kant: zit je wel lekker in je job, dan werkt dat thuis natuurlijk ook door.” Belangrijk dus om hier continu alert op te blijven én van koers te veranderen als de situatie erom vraagt.

Jobcrafting geeft focus en richting volgens Frank. “Wat ik nu doe is functioneel, maar allesbehalve een standaardfunctie. Ik heb ‘m letterlijk zelf geboetseerd. Ik heb altijd veel vanuit intrinsieke motivatie gedaan, vanuit bevlogenheid. Wat mij betreft een woord dat je steeds vaker hoort. En dat is goed, want bevlogenheid is een van de belangrijkste pijlers van werkgeluk.”

Dat sluit perfect aan bij jobcrafting. Het geeft lading aan iets vanuit passie doen. Zelfreflectie is hierbij onmisbaar. Het is superbelangrijk om jezelf regelmatig de vraag te stellen: “Word ik hier blij van of juist doodongelukkig?” Over werkplezier en werkgeluk wordt veel gesproken. In de kern gaat het over: aanvoelen waar je nu staat, waar je naartoe wilt, wat je wilt doen en vooral ook wat goed voelt. Op basis daarvan moet je keuzes maken. Eigenlijk zou je tachtig procent van wat je doet fantastisch moeten vinden. Die overige twintig procent bestaat uit dingen ‘die er nu eenmaal bij horen’.”

In de praktijk blijkt deze theorie nog lang niet voor iedereen op te gaan. “In het onderwijs zie je het vaak: leerkrachten die ontzettend bevlogen zijn op de inhoud, maar vastlopen op alle administratieve zaken die eronder liggen. Zij branden op doordat ze in een keurslijf gestopt worden. Het is slechts één voorbeeld, maar zo zijn er velen. Het is een belangrijk punt van aandacht binnen veel organisaties: inzetten op talent en bevlogenheid zodat medewerkers vitaal en betrokken blijven.”

Een gedeelde verantwoordelijkheid dus: die van jou én je werkgever. “Je moet het samen doen en dan is het belangrijk, zeker wanneer je in teamverband werkt, om van elkaar te weten wie waar van is. Bekijk samen met je werkgever wat je nodig hebt om je werk met plezier te kunnen blijven doen. Afhankelijk van het type organisatie is het ook belangrijk om te kijken óf je je (fysiek zware) werk met het oog op de toekomst wel kunt blijven doen. Ben je ook over vijf jaar nog wel de juiste persoon voor de job? Het is goed om het gesprek met elkaar aan te gaan om te voorkomen dat je vastloopt of uitvalt. Veel mensen lopen zichzelf namelijk voorbij, omdat werk té belangrijk is. Het is een gevoel dat opgelegd wordt, maar ook een gevoel dat je jezelf oplegt. Dat mechanisme moet je doorbreken. Het idee: ‘Als ik het niet doe, gebeurt het niet’, slaat natuurlijk nergens op. Want wat als je uitvalt? Niemand is onmisbaar en een oplossing wordt altijd gevonden. Kies je voor jezelf of je werk? Het is een trigger om mensen wakker te schudden. Confronterend, maar soms ook nodig.”

De thema’s die jij lastig vindt om te bespreken met je werkgever, zijn vaak ook de thema’s waar het allemaal om draait. Misschien ben je bang dat je een verkeerd signaal afgeeft, wanneer je bij jouw werkgever over je werkzaamheden begint, maar volgens Frank is dit een aanname. “De keuze om iets niet te doen of juist te blijven doen op basis van wat jíj denkt dat een ander denkt, is natuurlijk niet de juiste. Je kunt jezelf hier lelijk mee voor de gek houden. Want praten over je drijfveren en de inhoud van je functie zijn ook voor je werkgever van belang. Als je werk op de automatische piloot gaat doen en niet langer naar de inhoud kijkt, dan word je daar hartstikke ongelukkig van en daar schieten zowel jij als je werkgever niks mee op. Waar je wél wat mee opschiet, is de functie creëren waar jij warm voor loopt. Nu, maar zeker ook in de toekomst.”

  1. Breng de situatie in kaart

    Maak een top tien van je huidige takenpakket waarbij op de eerste plaats de taak staat waar je de meeste tijd aan besteedt.

  2. Bepaal de tijdsbesteding

    Bekijk per taak hoeveel tijd je hier gemiddeld aan kwijt bent. Is de tijdsbesteding in het afgelopen jaar toegenomen, afgenomen, gelijk gebleven of heb je er misschien een nieuwe taak bij gekregen?

  3. Geef aan wat je leuk vindt

    Geef per taak aan of je deze graag, niet graag, soms wel, soms niet met plezier doet. Bedenk vooral waar je energie van krijgt en wat je blij maakt. Maar ook waar je juist níet blij van wordt en waar je mogelijk zelfs energie ‘lekt’.

  4. Bekijk de verhoudingen

    Kloppen de verhoudingen in je tijdsbesteding? Anders gezegd: stop je voldoende tijd in de dingen die je leuk vindt of spendeer je juist veel van je tijd aan dingen die energie kosten?

  5. Erken je talent

    Heb je het gevoel dat er van een bepaald talent geen gebruik wordt gemaakt, schrijf dit dan op.

  6. Ga het gesprek aan

    Bespreek de resultaten met je coach of leidinggevende en onderzoek samen welke (kleine) aanpassingen jij kunt doen om je werk (weer) zinvol te maken. Vergeet niet om van tijd tot tijd te evalueren. Als doelen niet realistisch blijken te zijn, is het belangrijk om ze tijdig bij te stellen.

“OVER WERKPLEZIER EN WERKGELUK WORDT VEEL GESPROKEN. IN DE KERN GAAT HET OVER: AANVOELEN WAAR JE NU STAAT, WAAR JE NAARTOE WILT, WAT JE WILT DOEN EN VOORAL OOK WAT VOELT GOED”